STATUTEN
De statuten van de RVVP worden in het voorjaar van 2008 herzien vanwege de openstelling van de NVVP voor vrijgevestigde gz- en klinisch psychologenARTIKEL 1
NAAM ZETEL EN WERKGEBIED
1. De vereniging draagt de naam: Regionale Vereniging van Vrijgevestigde Psychotherapeuten van Utrecht en Flevoland hierna te noemen: de RVVP Utrecht en Flevoland
2. De RVVP heeft haar zetel in Utrecht
3. Onder regio wordt verstaan: het werkgebied van de RVVP, in de provincie(s) Utrecht en Flevoland. De Regionale Vereniging van Vrijgevestigde Psychotherapeuten maakt als eigen rechtpersoonlijkheid onderdeel uit van de Nederlandse Vereniging van Vrijgevestigde Psychotherapeuten, gevestigd en kantoorhoudend in Utrecht, hierna te noemen de NVVP.
4. De begrenzing van de regio wordt in onderling overleg met de andere RVVP´en in de regio vastgesteld door de ledenvergadering van de NVVP.
ARTIKEL 2
DOEL
1. De vereniging stelt zich ten doel in nauwe verbondenheid met de NVVP:
1. het bevorderen van een aanbod van kwalitatief hoogwaardige psychotherapie door vrijgevestigde psychotherapeuten in de regio;
2. het behartigen van de materiële en immateriële belangen van de leden op regionaal niveau;
3. het vertegenwoordigen van de vrijgevestigde psychotherapeuten in de regio;
4. het bevorderen van afstemming en samenwerking met andere zorgaanbieders en verwijzers in de regio;
5. het uitvoeren van besluiten genomen door de ledenvergadering die betrekking hebben op het beleid, functies of taken van de RVVP´en (bijvoorbeeld op het terrein van kwaliteitseisen);
6. het ondersteunen van leden door middel van dienstverlening;
7. het in de regio ten behoeve van de vrijgevestigde psychotherapie (mede) zorg dragen voor de uitvoering van de van overheidswege geldende vergoedingsregeling voor vrijgevestigde psychotherapeuten;
8. een en ander in de ruimste zin des woords.
2. Bij de verwezenlijking van de doelstelling volgt de vereniging de beleidslijnen van de NVVP.
ARTIKEL 3
MIDDELEN
De RVVP tracht deze doelstellingen te bereiken door:
1. het bevorderen van onderling overleg tussen de leden;
2. het voeren van overleg met externe partners;
3. het onderhouden en bewaken van de uitvoering van de kwaliteitseisen welke volgens de NVVP gesteld mogen worden;
4. het (doen) organiseren van activiteiten die de kwaliteit en doelmatigheid van de praktijkuitoefening van de vrijgevestigde psychotherapeuten in de regio bevorderen;
5. het voorzien in de mogelijkheid van laagdrempelige klachtenbemiddeling in het kader van de klachtenregeling van de NVVP;
6. het `wegwijs maken` van nieuwe leden;
7. het zonodig instellen van commissies of werkgroepen;
8. het vertegenwoordigen van de regionale standpunten in de Raad van Advies van de NVVP.
9. In het kader voor de van overheidswege geldende vergoedingsregeling gelden de volgende middelen:
1. Het deelnemen aan en het bevorderen van de discussie, advisering en besluitvorming met betrekking tot het vaststellen van regionale arbeidsvoorwaarden voor vrijgevestigde psychotherapeuten;
2. het faciliteren van het werken in intervisieverband van de bij de RVVP aangesloten vrijgevestigde psychotherapeuten;
3. het beheren van het regionaal beschikbare budget.
10. alle overige legale middelen.
ARTIKEL 4
LEDEN EN DONATEURS
1. De vereniging kent gewone leden, aspirant leden, belangstellende leden. Waar in deze statuten over het lidmaatschap respectievelijk leden wordt gesproken, worden daaronder alle categorieën van een lidmaatschap respectievelijk leden verstaan, tenzij het tegendeel blijkt.
2. Gewone leden dienen ingeschreven te zijn in het Register Psychotherapeut Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG) en in de regio praktijk te voeren als vrijgevestigd psychotherapeut.
3. Aspirantleden zijn psychotherapeuten in opleiding die de bedoeling hebben zich in te schrijven in het Register Psychotherapeut en zich zelfstandig te vestigen.
4. Belangstellende leden dienen ingeschreven te zijn in het Register Psychotherapeut (Wet BIG); zij voeren geen praktijk als vrijgevestigd psychotherapeut.
5. De vereniging kent donateurs. Donateurs zijn personen die de doelstelling van de vereniging onderschrijven en de vereniging ondersteunen met een jaarlijkse bijdrage.
ARTIKEL 5
LIDMAATSCHAP EN INDELING IN REGIO´S
1. De vereniging gaat uit van gekoppeld lidmaatschap: wanneer men lid wordt van de NVVP, is men automatisch lid van de RVVP van die regio waar men praktijk voert.
2. Wanneer men in meerdere regio’s praktijk voert, wordt men lid van de RVVP van de regio waar men in hoofdzaak zijn/haar beroep uitoefent.
ARTIKEL 6
VERPLICHTINGEN VAN LEDEN
1. De leden zijn verplicht zich te houden aan de statuten en reglementen, en te handelen in overeenstemming met de in de regionale en landelijke ledenvergadering genomen besluiten.
2. De leden zijn verplicht de jaarlijkse landelijke contributie te betalen, zoals vastgesteld in de algemene ledenvergadering van de NVVP.
3. De leden zijn verplicht tot een landelijk vast te stellen afdracht per sessie in het kader van de van overheidswege geldende vergoedingsregeling voor vrijgevestigde psychotherapeuten.
4. Ieder aspirant- en gewoon lid is overeenkomstig artikel 11 lid 1 verplicht deel te nemen aan een intervisieverband.
5. De leden dragen zorg voor een sluitend systeem met betrekking tot waarneming bij ziekte, vakantie en dergelijke, zoals bij reglement geregeld.
6. Beëindiging van het lidmaatschap ontslaat het vroegere lid niet van de financiële verplichtingen die op het moment van de beëindiging verschuldigd zijn.
ARTIKEL 7
EINDE LIDMAATSCHAP / DONATEURSCHAP
1. Het lidmaatschap eindigt door:
1. schriftelijke opzegging door het lid bij (de secretaris van) het NVVP-bestuur, met een afschrift aan het RVVP-bestuur;
2. schriftelijke opzegging namens de vereniging door het NVVP-bestuur, met opgave van redenen:
• wanneer een lid heeft opgehouden aan de vereisten van de statuten van het lidmaatschap van de RVVP te voldoen;
• wanneer een lid een of meer van zijn verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt;
• wanneer een lid handelingen verricht die het aanzien en de belangen van de psychotherapie schaden;
• wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet kan worden verwacht het lidmaatschap te laten voortduren.
3. Ontzetting (geschiedt door het NVVP-bestuur):
• wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging handelt;
• wanneer een lid de NVVP en/of de RVVP op onredelijke wijze benadeelt.
De betrokkene wordt ten spoedigste, schriftelijk door het bestuur van de NVVP van het besluit in kennis gesteld, met opgave van redenen; binnen een maand na ontvangst van de kennisgeving kan door de betrokkene bezwaar gemaakt worden bij de ledenvergadering van de NVVP. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst, heeft het lid geen stemrecht en geen toegang tot de regionale ledenvergadering en vergaderingen van de NVVP.
4. Overlijden.
2. Wanneer het lidmaatschap van de NVVP eindigt, eindigt daarmee ook het lidmaatschap van de RVVP, en vice versa.
3. Wanneer het lidmaatschap in de loop van het boekjaar eindigt, blijft de jaarlijkse contributie voor het gehele jaar verschuldigd.
4. Voor opzegging van het lidmaatschap door een lid geldt de in de statuten van de NVVP omschreven opzeggingstermijn. Opzegging van het lidmaatschap door het bestuur kan op elk tijdstip; hiervoor geldt geen opzegtermijn.
5. Een opzegging in strijd met het in het vorige lid bepaalde doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip volgend op de datum waartegen was opgezegd.
6. Nochtans kan een lid binnen een maand, nadat hem een besluit, waarbij de verplichtingen van de leden zijn verzwaard, is bekend geworden of is medegedeeld, door opzegging van zijn lidmaatschap de toepasselijkheid van het besluit te zijnen opzichte uitsluiten.
ARTIKEL 8
REGIONALE LEDENVERGADERING
1. De regionale ledenvergadering is het hoogste orgaan van de RVVP. Aan de regionale ledenvergadering komen in de RVVP alle bevoegdheden toe die niet door de wet, en de statuten en reglementen van de RVVP of NVVP zijn opgedragen aan een ander orgaan.
2. De regionale ledenvergadering komt ten minste tweemaal per jaar bijeen. Bovendien wordt een regionale ledenvergadering belegd wanneer:
1. het bestuur dit nodig acht;
2. op schriftelijk verzoek van tenminste 10% van het aantal gewone leden;
3. het NVVP-bestuur dit nodig acht.
3. nvt
4. Toegang tot de regionale ledenvergadering hebben alle leden van de RVVP.
De vergadering kan besluiten ook andere personen tot (een deel van) de vergadering toe te laten.
5. De algemene vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur. De oproeping geschiedt schriftelijk aan de adressen van de leden. De termijn van oproeping bedraagt ten minste veertien dagen, de dag van de oproeping niet meegerekend.
In de regionale ledenvergadering:
1. vindt verantwoording plaats door het RVVP-bestuur van activiteiten en verplichtingen die zijn aangegaan;
2. worden jaarstukken goedgekeurd;
3. wordt de begroting vastgesteld;
4. worden bestuursleden gekozen.
6. In de regionale ledenvergadering hebben alleen de gewone leden stemrecht. Ieder gewoon lid heeft één stem. Een gewoon lid kan zijn stem in de ledenvergadering doen uitbrengen door een door hem schriftelijk gemachtigd ander gewoon lid. Een gewoon lid kan voor ten hoogste drie andere gewone leden als schriftelijk gemachtigde in de ledenvergadering stem uitbrengen.
7. Voor zover de statuten niet anders bepalen neemt de ledenvergadering besluiten met de meerderheid van de in de vergadering aanwezige dan wel overeenkomstig in het zesde lid vertegenwoordigde gewone leden.
1. Stemming over zaken geschiedt mondeling;
2. stemming over personen geschiedt schriftelijk;
3. stemming bij acclamatie is mogelijk, wanneer niemand van de stemgerechtigde aanwezigen zich daartegen verzet.
8. Voor het geval bij verkiezing van personen niemand de volstrekte meerderheid van stemmen verkrijgt, wordt herstemd tussen de twee personen, die het grootste aantal stemmen op zich hebben verenigd. Indien meerdere personen evenveel stemmen op zich verenigen en voor herstemming in aanmerking zouden komen, zal door loting worden beslist, welke twee personen voor herstemming in aanmerking komen. Indien bij de herstemming de stemmen staken, beslist het lot.
9. Bestuursleden van de NVVP zijn bevoegd de regionale ledenvergadering bij te wonen en aan de beraadslagen deel te nemen, maar hebben geen stemrecht.
ARTIKEL 9
HET BESTUUR
1. Het bestuur bestaat uit ten minste 3 gewone leden uit de eigen beroepsgroep.
De leden van het bestuur zijn woonachtig en/of werkzaam in de regio, zijn voor een belangrijk deel vrijgevestigd en vervullen geen functies waarvan het belang strijdig is met die van de RVVP.
2. Bestuursleden worden benoemd door gewone leden van de regionale ledenvergadering voor een periode van drie jaren; aftredende bestuursleden zijn te allen tijde herkiesbaar.
3. De voorzitter, secretaris en penningmeester worden door de regionale ledenvergadering in functie benoemd; het bestuur kan zelf een plaatsvervanger aanwijzen.
4. Secretaris- en penningmeesterschap kunnen in één bestuurslid worden verenigd.
5. Een lid van het bestuur kan te allen tijde door de regionale ledenvergadering worden geschorst of ontslagen (zie artikel 7, lid 1c). Een schorsing die niet binnen drie maanden wordt gevolgd door een besluit tot ontslag eindigt door het verloop van die termijn.
6. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts:
1. door overlijden;
2. door bedanken;
3. door aftreden;
4. door verlies van het lidmaatschap van de NVVP / RVVP;
5. het verlies van het vrije beheer over zijn eigen vermogen.
7. Bestuursleden hebben recht op een vergoeding voor hun werkzaamheden; de hoogte van de vergoeding is overeenkomstig de landelijke standaard, jaarlijks vast te stellen door de algemene ledenvergadering van de NVVP.
ARTIKEL 10
TAKEN EN BEVOEGDHEDEN VAN HET BESTUUR/VERTEGENWOORDIGING
1. Het bestuur is belast met de besluiten en bevoegdheden van de regionale ledenvergadering van de RVVP en het handhaven van de statuten en reglementen.
2. Indien het aantal bestuursleden beneden drie is gedaald blijft het bestuur bevoegd. In de eerstvolgende regionale ledenvergadering dient in de vacature(s) te worden voorzien.
3. De voorzitter (en indien verhinderd de vice-voorzitter of de secretaris) neemt deel aan de Raad van Advies van de NVVP.
4. De voorzitter is belast met de afstemming tussen het bestuur van de NVVP en het bestuur van de RVVP.
5. Het personeel van de RVVP als werkorganisatie is in dienst van de RVVP en wordt benoemd door het RVVP-bestuur. Deze werkorganisatie dient zo georganiseerd te zijn dat bij een andere samenstelling van bestuur de continuïteit van deze werkorganisatie gewaarborgd is.
6. Het bestuur draagt zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een regionaal bureau dat onder meer het archief van de RVVP houdt.
7. Voor het aangaan van geldleningen, alsmede voor het kopen, bezwaren, huren of verkopen van onroerende goederen, voor overeenkomsten waarbij de regionale vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor de schuld van een derde verbindt, behoeft het bestuur vooraf de goedkeuring van de regionale ledenvergadering. Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen derden beroep worden gedaan.
8. Het bestuur kan in naam van de leden rechten bedingen en na machtiging van de regionale ledenvergadering in hun naam verplichtingen aangaan in het kader van de doelstellingen van de vereniging.
9. Het bestuur onderhandelt – voor zover de wettelijke kaders dit toestaan - namens zijn leden over overeenkomsten met zorgkantoren en zorgverzekeraars binnen haar regio. Alvorens een overeenkomst wordt afgesloten wordt het resultaat van de onderhandelingen ter bekrachtiging voorgelegd aan de regionale ledenvergadering.
10. Het bestuur neemt deel aan provinciaal en landelijk overleg dat door of namens de NVVP wordt georganiseerd.
11. Het bestuur is voor al zijn handelingen en beslissingen verantwoording verschuldigd aan de regionale ledenvergadering.
12. In alle gevallen waarin de wet, de statuten en/of de reglementen niet voorzien, alsmede ingeval van twijfel over de uitleg van het een of ander, beslist voor het betreffende geval het bestuur, onder goedkeuring van het bestuur van de NVVP.
13. De vereniging wordt vertegenwoordigd door het bestuur. Voorts kan de vereniging worden vertegenwoordigd door twee tezamen handelende bestuurders.
ARTIKEL 11
KWALITEIT
1. Ieder aspirant- en gewoon lid is verplicht deel te nemen aan een intervisiegroep.
2. Het bestuur faciliteert de participatie van nieuwe leden in een intervisiegroep.
3. Met betrekking tot de waarneming wordt door de leden zelf een regeling getroffen, overeenkomstig de regels in het huishoudelijk reglement van de vereniging.
4. Omtrent het bevorderen van kwaliteit en intercollegiale toetsing zijn nadere regels gesteld in het huishoudelijk reglement van de vereniging.
5. Kwaliteitseisen met betrekking tot praktijkvoering, werkwijze en praktijkinrichting dienen eveneens bij huishoudelijk reglement te worden gesteld.
ARTIKEL 12
TOETSING
1. Iedere regio kent een Regionale Toetsingscommissie die de zorgbehoefte van hulpvragende potentiële cliënten toetst aan de hand van geprotocolleerde indicatiestellingen in het kader van de van overheidswege geldende vergoedingsregeling voor vrijgevestigde psychotherapeuten.
De toetsing dient op onafhankelijke, objectieve en transparante wijze plaats te vinden, conform de landelijk overeengekomen regelgeving.
De RVVP staat garant voor een op grond van deze criteria verantwoorde samenstelling en werkwijze van de Regionale Toetsingscommissie.
2. Het NVVP-bestuur stelt een arbitragecommissie in ter beslechting van geschillen over de indicatiestelling van een psychotherapeut met de Regionale Toetsingscommissie.
ARTIKEL 13
COMMISSIES
1. Het bestuur kan commissies instellen. De samenstelling, taak en bevoegdheden van een dergelijke commissie worden door het bestuur geregeld, alsmede eventuele honorering van de leden.
ARTIKEL 14
VERTEGENWOORDIGING
1. De vereniging wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd uitsluitend door de voorzitter, tezamen met de vice-voorzitter, secretaris of penningmeester, bij belet of ontstentenis van de voorzitter door de vice-voorzitter, tezamen met de secretaris of penningmeester.
ARTIKEL 15
FINANCIËLE MIDDELEN
1. De financiële middelen van de vereniging worden gevormd door:
1. de jaarlijkse bijdrage van de NVVP (een door de ledenvergadering van de NVVP vastgestelde en voor alle regio´s geldende combinatie van een absoluut bedrag en een bedrag naar rato van het aantal leden);
2. een landelijk vast te stellen afdracht per sessie in het kader van de van overheidswege geldende vergoedingsregeling voor vrijgevestigde psychotherapeuten;
3. inkomsten uit activiteiten van de vereniging en zijn vermogen en;
4. subsidies, giften en andere toevallige baten.
2. Gelden die door de NVVP beschikbaar worden gesteld mogen slechts worden aangewend voor het doel dat bij de beschikbaarstelling wordt aangegeven.
3. Er is een aparte landelijke financiering van klachtenbemiddeling in de regio.
4. Een regio kan voor activiteiten die de belangen van alle NVVP-leden dienen een verzoek indienen bij de NVVP voor een financiële bijdrage.
5. Erfstellingen mogen slechts worden aanvaard onder beneficiaire aanvaarding.
ARTIKEL 16
BEGROTING EN JAARVERSLAG (INCLUSIEF JAARREKENING EN VERANTWOORDING)
1. Het verenigingsjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
2. De begroting wordt door de regionale ledenvergadering vastgesteld.
3. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand zodanig aantekening te houden dat daaraan te allen tijde rechten en plichten kunnen worden ontleend.
4. Het bestuur brengt in de regionale ledenvergadering zijn jaarverslag, jaarrekening en verantwoording uit.
5. Het jaarverslag, de jaarrekening en de verantwoording worden ter kennisname aan de NVVP gestuurd.
ARTIKEL 17
REGLEMENTEN
1. De regionale ledenvergadering kan reglementen vaststellen en wijzigen.
2. De reglementen mogen geen bepalingen bevatten die in strijd zijn met deze statuten, of reglementen van de NVVP, of de wet.
3. Besluiten als bedoeld in het eerste lid worden genomen met meerderheid van stemmen.
4. Voorstellen en wijzigingen van reglementen worden terstond ter kennis gebracht van het bestuur van de NVVP.
5. Indien leden van mening verschillen over de juiste toepassing van de bepalingen van deze statuten en de reglementen, leggen zij het geschil voor aan het bestuur van de RVVP. Dit bestuur beslist, na de betreffende deelnemers gehoord te hebben. Het bestuur van de NVVP beslist in hoger beroep.
ARTIKEL 18
STATUTENWIJZIGING
1. De regionale ledenvergadering kan besluiten tot wijziging van de statuten met de stemmen van tenminste twee/derde van het aantal in de vergadering aanwezige dan wel overeenkomstig het zesde lid van artikel 8 vertegenwoordigde gewone leden.
2. De ledenvergadering kan beslissingen als in het eerste lid bedoeld rechtsgeldig nemen:
o in een eerste vergadering, mits tenminste één/vijfde van het aantal gewone leden in de vergadering aanwezig dan wel overeenkomstig het zesde lid van artikel 8 vertegenwoordigd is;
o indien in de eerste vergadering het vereiste quorum niet aanwezig is, in een tweede vergadering, te houden niet eerder dan een maand na en niet later dan twee maanden na de eerste vergadering, ongeacht het aantal in de tweede vergadering aanwezige dan wel vertegenwoordigde gewone leden.
3. In de statuten van de vereniging kan geen verandering worden aangebracht dan door een besluit van de regionale ledenvergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld en onder bijvoeging van de tekst van het voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen. Zij die de oproeping hebben gedaan moeten tenminste vijf dagen vóór de vergadering de tekst van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de gewone leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden. De termijn van de oproeping tot deze ledenvergadering bedraagt ten minste drie weken.
4. Voorstellen tot en wijzigingen van de statuten worden terstond ter kennis gebracht van het bestuur van de NVVP.
5. Een statutenwijziging treedt in werking nadat hiervan een notariële akte is opgesteld. Tot het doen verlijden van deze akte is ieder bestuurslid bevoegd.
ARTIKEL 19
HUISHOUDELIJK REGLEMENT
1. De regionale ledenvergadering stelt een huishoudelijk reglement vast.
2. Voorstellen en wijzigingen m.b.t. het huishoudelijk reglement worden terstond ter kennis gebracht van het bestuur van de NVVP.
3. Het huishoudelijk reglement mag geen bepalingen bevatten die in strijd zijn met de statuten en reglementen van de NVVP.
ARTIKEL 20
AFSTEMMING
1. Een besluit van het RVVP-bestuur of de regionale ledenvergadering kan door het bestuur van de NVVP worden geschorst, en door de ledenvergadering van de NVVP worden vernietigd, indien het naar de mening van het bestuur van de NVVP, respectievelijk van de ledenvergadering van de NVVP:
1. in strijd is met de statuten en reglementen van de NVVP of van de RVVP;
2. tot gevolg heeft dat de NVVP en/of de andere RVVP´en in ernstige mate worden belemmerd hun doelstellingen te verwezenlijken;
3. een ernstige bedreiging vormt voor de zorg voor de cliënten/patiënten.
2. Indien het bestuur van de RVVP het vermoeden heeft dat zijn activiteiten de belangen van de NVVP in het algemeen dan wel de belangen van een andere RVVP zouden kunnen raken en eventueel schaden, treedt het voor aanvang van deze activiteiten in overleg met het bestuur van de NVVP dan wel het bestuur van de andere RVVP. Wordt in dit overleg bezwaar gemaakt tegen de activiteiten van de RVVP dan worden deze gestaakt dan wel achterwege gelaten en wordt naar een algemeen aanvaardbare oplossing gezocht. Wordt deze oplossing niet gevonden dan dient het onderwerp ter beslissing te worden voorgelegd aan het NVVP-bestuur.
3. Nadere regels met betrekking tot de verhouding van de vereniging ten opzichte van de NVVP, ten opzichte van andere RVVP´en zijn of kunnen worden vastgelegd in de statuten of reglementen van de NVVP.
4. In geval van twijfel of een aangelegenheid tot de bevoegdheid van de RVVP en/of de NVVP behoort, beslist de ledenvergadering van de NVVP.
ARTIKEL 21
ONTBINDING VAN DE VERENIGING
1. De RVVP kan worden ontbonden door een besluit van de regionale ledenvergadering na voorafgaande schriftelijke goedkeuring door het bestuur van de NVVP.
2. Het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van artikel 15 is van overeenkomstige toepassing. De laatste in functie zijnde bestuursleden zijn belast met de vereffening.
3. Het batig saldo na vereffening wordt aangewend voor door de algemene vergadering te bepalen zodanige doeleinden als het meest met het doel van deze vereniging overeenstemmen.